Column. Oh Amsterdam wat ben je lief

Amsterdammer Non Est Deus irriteert zich mateloos aan verwende en asociale import-Amsterdammers

0
57
Eberhard van der Laan had nog een wens dat Amsterdammers lief zijn voor en de stad. Columnist Non Est Deus denkt het zijne ervan. (Bron: Hans Peters)
Eberhard van der Laan zijn wens was dat Amsterdammers lief zijn voor elkaar en de stad. Columnist Non Est Deus denkt het zijne ervan. (Bron foto: Hans Peters)

Burgemeester Eberhard van der Laan noemde Amsterdam “lief” en besloot zijn publieke leven met een “vaarwel” in een korte maar toch wel ontroerende brief.

En hij had gelijk, Amsterdam is nog wel lief, maar ook zó verrot. Zij dreigt tot in haar biologisch verantwoorde wortels verrot te raken. En als je wortels verrot raken dan heb je een probleem, want dan krijgen deze geen water.

Het water is een metafoor voor waar Amsterdam te weinig van dreigt te krijgen: Amsterdammers.

Niet dat ik vind dat mensen van buiten niet in Amsterdam mogen wonen, maar een ArenA vol met zakenrelaties in pak is ook niet tof. En daar begint het wel een beetje op te lijken in de stad.

De pakken doen 90 minuten of het hún Ajax is en zijn de metaforen voor de Anne Fleurs en de Roderickjes van buiten die, net als de pakken in de Arena, op kosten van pappie (bij de pakken hun baas) voor korte tijd wonen op de mooiste plekken (bij de pakken de skybox), maar in de buurt eigenlijk niet thuis horen.

Schreeuwend en lallend besmetten deze Anne Fleurtjes ronduit onbeschoft de straten van onze hoofdstad. Pedant en met zelfoverschatting paraderen zij in ‘hun’ Amsterdam

Dit probleem is er nog niet heel lang. Dat soort types woonde vroeger in studentenhuizen op plekken waar gezinnen er geen last van hadden. Nu zijn volkswijken in Amsterdam onbetaalbaar geworden en hoor je tot veel te laat op doordeweekse avonden verwende hese stemmen met rollende “R’en” hun “drukke” studententijd beleven. Als je daar als werkende Amsterdammer met kinderen iets van zegt, dan wijst een bijgoochem uit de provincie met een tevergeefs gecamoufleerd accent je er op dat “dit nu eenmaal hoort bij Amsterdam”.

En dan, als het geduld bijna op is en er een fysieke burenruzie dreigt te ontstaan, wordt ook deze Anne Fleur 33. Papa gooit de woning op de markt met een ton winst en Anne Fleur..? Die is zwanger en besluit terug te keren naar het reservaat waar ze vandaan komt en zegt “vaarwel” tegen Amsterdam. Lief hè?